Hilde Elbers

Touch down

TOUCH DOWN: (2010)

Choreography/Performance: Jasper Dzuki Jelen and Hilde Elbers
Tekst/performance: David Mulder
Production: Dansateliers

(Please click on the left Image for more information!)

 

In Touch Down 3 daily greetings are startingpoint: The shaking of hands, the schoulderpad and the hug.
Danser/Choreographer Jasper Dzuki Jelen and Hilde Elbers are asking each other the question: are there still Physical and/ore emotional sensations with these rituals?
In a broader perspective: how much are we aware of our collective and personal physical memory if we relate to eachother and the world around us. Till what extend can we empty ourselve so we could enter the worls like a unwritten leaf totaly free? How as a dancer you become aware again of the primitive effect of touch?
Its a research/performance beyond the considerd normaly  accepted borders. How naiev can we still be?

Performed at:
* 17-19 January 2010 Rotterdam Dansateliers
* 21 February 2010      Stukafest Leiden
* 9 April 2010                Festival Mozaiek Rotterdam

This slideshow requires JavaScript.

Tekst in the show:

De schukel:

Ik heb de laatste tijd last van zo’n raar, vreemd gevoel, ken je dat?
of nou, meer een soort vermoeden van in de verte iets dat schrijnt,
denk ik en dat dat dan aanzwelt een onbehaaglijk…
ik weet niet hoe ik het moet uitleggen,
het heeft te maken met mijn ingewanden,
denk ik, of misschien eerder mijn, weet ik veel, zenuwstelsel ofzo.
Een rusteloosheid,
dat ik misschien bang ben dat er iets niet goed is,
heel irreëel, maar ik weet niet,
dan begin ik me een beetje zorgen te maken
en dat gaat dan niet weg.
Ik zeg tegen mezelf: ‘doe niet zo overdreven,
er is helemaal niets.’
En ik weet ook wel dat er niets is.
Natuurlijk, er is niets.
Maar toch lig ik soms de hele nacht wakker en als ik op sta
dan is het er nog steeds:
zo zacht sluimerend, eigenlijk best wel vervelend, laat maar zeggen.
Het blijft bij me, het laat me niet alleen,
ik heb het de hele dag met me mee als een buurvrouw
weet je wel, die maar niet wil stoppen met praten,
zo’n vrouw die maar doorgaat
en je zegt dat je echt geen tijd meer hebt,
maar daar trekt ze zich niets van aan,
nee hoor, ze gaat gewoon door, hier, moet je kijken,
deze arm hier, dat is toch eigenlijk niet normaal, vind jij dat normaal, jij, zeg jij ook eens wat, moet je nou toch eens kijken.
Nou ja, als je zo kijkt dan valt het eigenlijk ook wel mee.
Ik weet niet; ik zal me wel aanstellen.
Voel maar, hier, je mag wel even voelen.
Je mag het wel aanraken.
Het zal wel niets zijn.
Denk ik.

De schud:

Stilte na handen schudden
Na enige tijd beginnen met tekst
Laptop op schoot nemen (alsof ik het voor het eerst lees)
Van de hand naar de elleboog. Mijn hand schiet, schiet door. Lichaam van zeep. Ik val in je hand, ik stoot door het moment, ik struikel je arm in. Ik streel, schiet, tuimel door de blik die je me geeft, dwars door je zonnebril. Ik voel je pols, mijn handpalm langs de zachte binnenkant van je arm. In onze eerste aanraking, het nulpunt van ons, sla ik door. Meteen naar de plekjes die ik na jaren pas ontdekt zal hebben. In één moment een flits van ons leven, hoe ik je neem, je ontvang, je fluistert zo zacht dat ik het volgend kwartaal pas zal kunnen verstaan. De warmte van dit wrijven zal ik pas voelen als ik het voel, je zult me horen als je me hoort; de woorden die nu al in mijn doorschijnend lijf zijn. Ik leg een weg af door de bochten die je bent. Ik glijd door je bedding. Een route die ik, tegen de tijd dat het zo ver is, met mijn ogen dicht zal kunnen afleggen. Ik zal elk rimpeltje kennen, de haren op je arm, hoe je één oog soms half dichtknijpt. Hand van water, lijf van zweet. Ik ruik een geur die niet vertrouwd is maar die hetzelfde ruikt als de geur die ooit vertrouwd zal zijn. Er zit een glijbaan in de tijd, er is een valluik dat open klapt en we suizen door kleuren, door gillend metaal, door schroeiende hitte die blauw uit de diepte omhoog komt. Ik hoef geen adem meer te halen, ik hoef niet meer met mijn ogen te knipperen. Er is iemand die met de fast forward knop zit te kloten. Geen idee wie je bent. Daar ken ik je nu inmiddels al te lang voor.

Als ik me warm:

Als ik me warm, warm ik me het liefst aan de mensen. Zo is dat gegroeid. Natte sneeuw, vieze wind, rafelige kou. Maar de mensen zijn goed op temperatuur. Ik vouw me in hun kommetjes, ik schurk tegen hun ruggen en drapeer me in hun liezen. De geur van de anderen is me even vertrouwd als mijn eigen. Ik leun en ik steun en ik wiebel. Ik hang, ik wrijf. De mensen zijn me ter wille. Je kunt je het best zo geleidelijk mogelijk aan ze opdringen, dan krijg je alles gedaan. Ze geven hun warmte zo lang als ik wil en gek genoeg lijkt het nooit op te raken. Sommigen fluisteren woordjes als ik me warm, anderen grommen of kreunen. Je hebt erbij die veel bewegen, ze kronkelen en trekken krom. Het maakt me niet uit. Ik warm mijn lijf, mijn lijf warmt. Je moet ook niet te veel eisen stellen. Ik hang met mijn kin in hun halzen en ik druk mijn rug tegen hun holle rompen. De mensen, ze zijn behulpzaam, ze tillen me op, rollen me naar de comfortabelste plekjes, schuiven me naar waar het het aangenaamst is. Dat verschilt. Warme billen, warme voeten, warme oren; ze praten tegen me alsof ik een plant ben die ze water geven. Ik sluit mijn ogen. Het leven kan soms zo gemakkelijk zijn.

Advertisements